Drones: een gevaar voor de privacy van burgers?

Het gebruik van drones door particulieren is de laatste jaren toegenomen. Drones zijn vaak uitgerust met een camera en daarom bijvoorbeeld ideaal om vakantiekiekjes op een originele manier vast te leggen. De camera’s op de drones kunnen echter ook een gevaar voor de privacy van burgers vormen. Bijvoorbeeld als je buurman een drone gebruikt in de woonwijk en jou per ongeluk filmt in je privé-omgeving. In welke gevallen is het gebruiken van een drone met camera door particulieren eigenlijk (on)rechtmatig?

Het recht op privacy

In art. 8 EVRM staat dat iedereen het recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Om te bepalen of er sprake is van een inbreuk op het recht op privacy is het van belang of iemand wordt gefilmd in zijn privésfeer. Hiermee wordt mede bedoeld eigen terrein, zoals woning en tuin.[1] Wanneer iemand wordt gefilmd in zijn privésfeer is dit altijd een inbreuk op het recht op privacy. In het geval dat je buurman jouw per ongeluk filmt in de tuin met een drone dan is dit dus een inbreuk op het recht op privacy. Indien je wordt gefilmd in de publieke sfeer, bijvoorbeeld bij een festival, kan dit anders liggen. Dan moet er rekening worden gehouden met ‘de redelijke verwachting van privacy’.

De redelijke verwachting van privacy

Om te bepalen of er sprake is van ‘een redelijke verwachting  van privacy’ dient er gekeken te worden naar een drietal factoren. Het gaat hierbij om de vraag of de bezitter van de drone (1) de gegevens van de personen op een systematische of duurzame wijze vastlegt (dus niet alleen monitort), (2) of deze een geavanceerde camera gebruikt (bijvoorbeeld een infraroodcamera of nachtcamera) (3) en of deze de verzamelde beelden openbaar maakt.[2] Wanneer aan één of meerdere van deze voorwaarden wordt voldaan is er sprake van een inbreuk op het recht op privacy. Dit zal bij het filmen met een drone op een festival ook het geval zijn, aangezien de beelden op een duurzame wijze worden vastgelegd en in de meeste gevallen naderhand openbaar worden gemaakt. Indien er een inbreuk op het recht op privacy wordt geconstateerd, betekent nog niet dat dit ook daadwerkelijk onrechtmatig is. Een inbreuk op het recht op privacy kan namelijk gerechtvaardigd worden. Hiervoor kan niet naar art. 8 EVRM worden gekeken. Art. 8 geeft namelijk uitsluitend beperkingen op het recht op privacy voor de overheid. Voor particulieren zijn de voorwaarden in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van belang.

Rechtmatige grondslag

Een inbreuk op het recht op privacy kan worden gerechtvaardigd als hier een rechtmatige grondslag voor is. Volgens de AVG is er sprake van een rechtmatige grondslag als diegene wiens privacy wordt geschonden, toestemming heeft gegeven voor het verwerken van zijn persoonsgegevens.[3] Dit is bijvoorbeeld het geval als festivalgangers (door middel van een actieve handeling) toestemming geven om gefilmd te worden. Festivalorganisatoren moeten dus op de juiste manier toestemming vragen aan festivalgangers wanneer zij drones willen inzetten voor het maken van een spectaculaire aftermovie.

Ook mogen persoonsgegevens worden verwerkt als de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang.[4] Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een drone met camera wordt gebruikt voor het beveiligen van een bedrijfsterrein. Er vindt dan een belangenafweging plaats tussen het recht op privacy en het recht op veiligheid. Aangezien er vaak andere minder ingrijpende opties zijn om een bedrijfsterrein te beschermen, denk aan een normale camera of een inbraakalarm, zal een gerechtvaardigd belang niet snel worden aangenomen.[5]

Gegevensminimalisatie en transparantie

Naast een rechtmatige grondslag moet er ook rekening worden gehouden met het beginsel van gegevensminimalisatie. Het beginsel van gegevensminimalisatie houdt in dat er niet meer gegevens mogen worden verwerkt dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.[6] Personen die toevallig in beeld verschijnen en geen toestemming hebben gegeven voor het verwerken van hun gegevens mogen dan ook niet worden gefilmd. Een oplossing zou kunnen zijn om deze personen ‘te blurren’, zodat zij onherkenbaar blijven.[7] Ten slotte moet er worden voldaan aan het transparantiebeginsel.[8] Het moet voor de betreffende personen duidelijk zijn dat zij (zullen) worden gefilmd door een drone. Bij een festival of evenement zouden de organisatoren aan deze informatieverplichting kunnen voldoen door hierover een bericht te plaatsen op het (online) inschrijfformulier en op de homepage van de website.

Afsluitend

Er is sprake van een inbreuk op het recht op privacy (art. 8 EVRM) als een drone met camera beelden vastlegt van iemand die zich bevindt in zijn privé-omgeving. Daarnaast is er ook sprake van een inbreuk als iemand op dat moment een redelijke verwachting van privacy mag hebben. Dit betekent echter niet dat de inbreuk dan ook altijd onrechtmatig is. Of de inbreuk daadwerkelijk onrechtmatig is moet worden bepaald aan de hand van de AVG. Wanneer persoonsgegevens worden verwerkt met een rechtmatige grondslag, zoals toestemming, kan een inbreuk op het recht op privacy gerechtvaardigd worden. Naast een rechtmatige grondslag is het ook van belang dat er aan de beginselen van transparantie en gegevensminimalisatie wordt voldaan. Dit brengt met zich mee dat de bezitter van een drone een informatieplicht heeft en personen moet ‘blurren’ wanneer zij toevallig in beeld verschijnen.

Geschreven door Tom Klatter, IT-jurist bij Privacy1

 

[1] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/12/02/tk-drones-en-privacy(laatst geraadpleegd 9 september 2018), p. 11

[2] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/12/02/tk-drones-en-privacy(laatst geraadpleegd 21 januari 2019), p. 12

[3] Art. 6 lid 1 sub a AVG

[4] Art. 6 lid 1 sub f AVG

[5] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/12/02/tk-drones-en-privacy(laatst geraadpleegd 21 januari 2019), p. 29 en 30

[6] Art. 5 lid 1 sub c AVG

[7] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/12/02/tk-drones-en-privacy(laatst geraadpleegd 21 januari 2019), p. 20

[8] Art. 5 lid 1 sub a AVG